Samen bouwen aan het onderwijs van 2035: Terugblik op de Flores 2-daagse
Op 26 en 27 maart kwamen alle directeuren van Flores samen in Berg en Dal. Het doel? Nadenken over de toekomst. Hoe zorgen we dat in 2035 elk kind welkom is op een school dicht bij huis? En wat betekent dat voor onze plannen voor de komende vier jaar? Het waren twee dagen vol inspiratie, scherpe discussies, creatieve ideeën en een gezamenlijke blik vooruit.
Een plek voor elk kind
De eerste dag stond volledig in het teken van inclusief onderwijs. De landelijke ambitie is helder: in 2035 moet elk kind mee kunnen doen. Maar wat betekent dat voor Flores? Directeuren, kwaliteitscoördinatoren, partners van de Onderwijs Specialisten, bestuur en stafmedewerkers kwamen vandaag samen. We keken door vier brillen naar dit thema: verantwoordelijkheid, sociale inclusie, de manier van lesgeven en rechtvaardigheid.
Alex Koks fungeerde als dagvoorzitter. Bestuursvoorzitter Klaas van Veen opende de dag. Hij stelde dat het reguliere basisonderwijs zich nog te veel richt op cognitie en uniforme eindtermen. Dit kan leiden tot te weinig aandacht voor diversiteit en inclusie. En we hoeven niet op oplossingen van anderen te wachten. We hebben zelf genoeg brainpower! Hij riep daarbij op om alles te zeggen wat bijdraagt aan een oplossing.
Om het gesprek erover scherp te stellen, herformuleerde Klaas het doel van onderwijs als volgt: “Kinderen in staat stellen de wereld om hen heen te begrijpen, hen een besef te geven van hun talenten en mogelijkheden, zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot evenwichtige, positief ingestelde, betrokken en aardige mensen met vertrouwen in eigen kunnen. Hij benadrukte vervolgens om te denken in oplossingen; denk in ‘ja, en’ en niet in ‘ja, maar’!
Directeur Sonja Bruggeman pakte het laatste stuk van de inleiding over. Binnen de Floresbrede ontwikkelgroep Inclusief onderwijs denken zij al een tijdje na over de belangrijke vragen rondom inclusief onderwijs. Wat betekent dit voor het schoolteam? Wat is er in het schoolgebouw nodig? Wat is er voor nodig om écht een stap te zetten richting meer inclusief onderwijs. Vandaag een eerste stap naar visie- en beeldvorming!
Samen aan de slag
Onderwijsprofessionals gingen samen aan de slag met een 'canvas'. Ze tekenden uit hoe hun school er over tien jaar uitziet als iedereen er echt bij hoort. En door de diversiteit in groepen, is er echt Flores-breed gecreëerd. Dat zorgde voor mooie gesprekken over wat er nú al goed gaat en wat we nog moeten durven veranderen.
Kansenongelijkheid doorbreken: Karim Amghar
Programmamaker en auteur Karim Amghar hield een vurig pleidooi over kansenongelijkheid. Zijn boodschap was confronterend: "Hard werken loont" gaat helaas niet voor iedereen op. De sociaal-economische klasse van een kind is nog te vaak bepalend voor de kansen in het onderwijs.
Karim daagde ons uit om verder te kijken dan alleen cijfers voor rekenen en lezen. Hoe beoordelen we burgerschap of creativiteit? En hoe voorkomen we dat we kinderen 'labelen' met lage verwachtingen, waardoor ze uit zelfbescherming (coping) minder gaan presteren?
Volgens Karim begint de oplossing bij de 'huiskamer thuis, want die is eigenlijk ook een klaslokaal'. Ouders moeten zich betrokken, zich welkom voelen op school en hun verantwoordelijkheid nemen in de opvoeding en in het onderwijs.
Maar wij moeten ook begrijpen dat sociale codes en culturele verschillen meespelen. Waar wij soms een 'niet-betrokken ouder' zien, speelt er op de achtergrond misschien een eenoudergezin of armoede mee. Door écht contact te maken en duidelijk te zijn over sociale codes, bouwen we aan een brug tussen thuis en school. Los van cultuur, afkomst, status of welstand.
Karim pleitte voor hoge verwachtingen en een 'growth mindset' voor elk kind. Hij ziet de school als een 'carrefour': een kruispunt waar onderwijs, jeugdzorg en wijkteams samenkomen. Door bijvoorbeeld te investeren in cultuureducatie, samen te eten en voorlezen te stimuleren, creëren we een omgeving waarin elk kind gezien en gehoord wordt. Want zonder weerstand word je niet weerbaar, maar we moeten wel zorgen dat de basis voor elk kind gelijkwaardig is.
‘“Als elke school een inclusieve rijke leeromgeving wil bieden om te floreren, dan hebben we de kunst van het lesgeven te blijven leren! En laten we ons dan leiden door de beperkingen van bestaande systemen, óf durven we out-of-the-box afslagen te nemen?
Citaat van een directeur
Durven we voor inclusief onderwijs buiten de lijntjes te kleuren?
Een belangrijk onderdeel van de dag was de discussie over hoe we het onderwijs anders zouden kunnen organiseren. Er kwamen prikkelende stellingen voorbij. Bijvoorbeeld over of er wel één 'beste manier' van lesgeven bestaat. Moeten we de methodes loslaten en meer kijken naar wat dít specifieke kind nodig heeft?
De nieuwe inclusieve school: Francois (De Zyp) en Marloes (de Klaproos)
Directeuren Francois en Marloes namen ons mee in hun visie op en beweging naar een nieuwe, inclusieve school waar de muren tussen Regulier, SO en SBO verdwijnen. De centrale boodschap: we moeten stoppen met het denken in 'soorten' scholen en starten met het bouwen van één gemeenschap. Zij lieten zien dat een integrale aanpak de enige weg is om elk kind echt een thuisnabije plek te bieden.
Beide scholen zijn op zoek naar nieuwe vormen van inclusief onderwijs. Zij bezochten twee scholen die al een tijd bezig zijn met de ontwikkeling naar een inclusieve school: De Korenaar in Eindhoven en de Talentencampus in Venlo.
De kracht van de organisatie
Klaas hield de groep een spiegel voor. We doen al ontzettend veel en veel leerkrachten vangen al breed op, maar dit is nu vaak nog afhankelijk van individuele inzet en motivatie. De grote vraag is: wat kunnen we als organisatie betekenen? Klaas was eerlijk over de randvoorwaarden: er is meer geld nodig en we kunnen niet om de impact van armoede heen.
En willen we meer expertise in eigen dienst? Dan moeten we meer wijkgericht gaan werken, durven te differentiëren in wat scholen nodig hebben (bijvoorbeeld een 'groep 9' voor extra ondersteuning) en investeren in goede huisvesting en personeelsbeleid. Zijn prikkelende vraag aan de zaal: "Wat kunnen we wél al samen doen als die extra middelen er nog niet zijn?" (en misschien zelfs niet komen?).
De mindset van Eindhoven
Berdi de Jonge deelde haar ervaringen uit een diverse wijk in Eindhoven. Op De Korenaar is inclusie simpelweg het DNA. Haar advies: kijk naar wat mensen en kinderen wel kunnen en bouw daarop voort. Wees alert op de ideeën van kinderen zelf; vraag hen wat zij nodig hebben. “Je blijft altijd de leerling van je leerling”. En kijk dan samen naar wat een kind wel kan, en laat ze hun eigen talenten ontdekken. Focus dus niet alleen op wat het niet kan. Dat geeft zelfvertrouwen en wil om te leren, voor ieder kind. En daarnaast is de kracht van de groep (kinderen) enorm. In de juiste context helpen kinderen elkaar. It takes all children to be a village!
Sociale inclusie is volgens Berdi het allerbelangrijkste. Juist in een grote, diverse groep is er meer keuze en valt er meer te leren. "Je hebt de verschillen nodig om te kunnen leren." Ook de samenwerking met partners in de directe omgeving is cruciaal, zoals met de kinderopvang: samen één missie, één passie en gezamenlijke trainingen, ook als je niet in hetzelfde gebouw zit.
En de mindset?
De onvoorwaardelijke keuze die door iedereen gedragen wordt. Als team geloven in: één inclusieve schoolomgeving, de kracht van diversiteit en verschillen tussen leerlingen, ieder kind recht op thuisnabij onderwijs, echt ieder kind is welkom en samen gaan voor de ontwikkeling van élk kind. Niet vragen of een kind past bij de groep maar wat is er nodig dat dit kind bij ons op school kan zijn. Vertrouwen hebben in jezelf en in elkaar, en geloven in eigen ontwikkelkracht, gezamenlijke visie en houding.
Talentencampus in Venlo: Frans Vullings
Frans Vullings liet zien hoe je 'eilanden' van scholen verbindt tot een geïntegreerd geheel: Passend Arrangeren. Op de Talentencampus Venlo is elk kind een 'TCV-kind'. Door BO, SBO, SO en kinderopvang onder één dak te brengen, ontstaat er ruimte om planmatig te schuiven met leerlingen, medewerkers en onderwijsprogramma’s.
Zijn aanpak is gedoseerd maar vastberaden. Door overkoepelende systemen (zoals het LVS en studiedagen) centraal te organiseren, ontstaat er rust en verbinding. Het doel? Een vloeiend spectrum waarin elk kind zijn eigen passende plek vindt, of het nu gaat om rekenen, gym of cultuur.
Kernwaarden uit de lezingen:
Mindset: Inclusie is een onvoorwaardelijke keuze van het hele team. Ieder kind is van ons allemaal. Uitgaan van het eigen ontwikkelingsperspectief van een kind. Groepskracht: Help kinderen bij voorkeur groepsgewijs in hun eigen context, niet individueel daarbuiten. Preventie: Door de specialist dicht bij de leerkracht te zetten, wordt preventie de standaard. Geleidelijkheid: Start bij de mogelijkheden die er al zijn, maak keuzes en bouw stap voor stap uit.
Wat is er dan nodig?
Soms zitten bestaande systemen en regels ons in de weg om het beste te doen voor de leerling. De vraag is: hoeveel ruimte durven we te pakken om het anders te doen?
Directeuren gingen samen aan de slag om te bekijken wat er op schoolniveau nodig is om inclusief onderwijs echt goed vorm te geven. Welke voorwaarden zijn er dan aan verbonden? En welke risico’s kleven hieraan en hoe voorkomen we die?
Scholen wisselden hun ideeën met elkaar uit, om zo echt bovenschools en breed te kijken naar deze gezamenlijke opdracht voor ons onderwijs.
Vanuit hier nemen we alle input en canvassen mee. Want de komende tijd is het onze gezamenlijke taak om verbindingen te leggen, ideeën uit te werken en meer concreet te maken. En doorbraken te creëren. Zodat wij samen weer een aantal stappen verder zetten richting inclusief onderwijs.
Samen sterker
De eerste dag eindigde met een wandeling door de bossen van Berg en Dal. Even weg van de tafels en de diepgaande gesprekken met collega-directeuren. Hoe kunnen we elkaar op korte termijn helpen? Want één ding werd wel duidelijk: de weg naar inclusief onderwijs en een sterke koers leggen we niet alleen af, maar samen als Flores.
En om ons onderwijs samen meer inclusief te organiseren is de juiste mindset cruciaal. Voor ieder kind onderwijs! Met als uitgangspunt dat elk kind een eigen ontwikkelingsperspectief heeft en niet per definitie wordt vergeleken met de uniforme groepsnorm. Dit vraagt van ons de houding dat wij als onderwijsprofessional "de leerling zijn van onze leerlingen". Het vergt een focus op kwaliteiten, op wat een kind al goed kan in plaats van "kinderen aan te spreken op wat ze niet goed kunnen".
De koers voor de komende vier jaar
Op de tweede dag verschoof de blik van de verre toekomst (2035) naar de nabije toekomst: ons nieuwe Strategisch Beleidsplan (SBP). We begonnen zonder vastomlijnd plan. Samen bepaalden we wat de belangrijkste thema's zijn voor de komende vier jaar.
We bespraken moeilijke scenario’s. Maar we keken ook naar hoe we een goede werkgever blijven waar mensen graag willen werken? Het was een dag van keuzes maken: wat behouden we van het huidige plan en wat laten we los?
Bestuurder Sylvia Veltmaat opende de dag met een belangrijke vraag: welk type inclusie hebben we nodig? Is dat didactisch, sociaal of gericht op zorg? Om hier antwoorden op te vinden, moeten we het gesprek met elkaar op een goede manier blijven voeren.
Terugkijken en oogsten
Voordat we vooruit keken, namen we de tijd om te oogsten van de afgelopen periode. Wat houden we vast? Hoe maken we onze 'Professionele Leergemeenschappen' (PLG) toekomstbestendig? En hoe zorgen we dat onze kernwaarden terugkomen in alles wat we doen? Sylvia daagde de directeuren uit om na te denken over hun eigen rol in dit proces binnen hun eigen school: ben je een 'showrunner' die direct zaken regelt, een 'ruimtemaker' die nieuwe dingen uitvindt, of juist een 'strategie-uitdager'? En wanneer vervul je welke rol in jouw school?
Strategie in de praktijk
Het bepalen van de nieuwe koers ging volgens een helder proces: eerst terugkijken naar wat we hebben afgerond en wat het heeft opgebracht. Daarna keken we naar nieuwe doelen. Wat werkte er minder goed op school? En waar kunnen we elkaar als scholen bij helpen? We focusten op vijf belangrijke domeinen, zoals onderwijskwaliteit & kansengelijkheid, professionaliseren & vakmanschap, leiderschap & organisatieontwikkeling, samenwerking & gemeenschapsvorming en toekomstbestendigheid & innovatie.
Samen praten over goed onderwijs: Discussie over de toekomst
Om de juiste koers te bepalen, hebben we met elkaar gesproken over vier uitdagende stellingen, gebaseerd op een boek van Klaas van Veen (Wil je iets anders, organiseer het dan anders) en van Academica (Duurzame schoolontwikkeling: de dynamiek van High Performing Schools). Dit leverde interessante gesprekken op.
Stelling 1
Er bestaat geen "beste manier" van lesgeven, maar de beste pedagogisch-didactische benadering wordt bepaald door backward design, waarin de leerdoelen, de kenmerken van de kinderen, de context en situatie een rol spelen.
Stelling 2
We weten niet wat leren is; we weten bij benadering hoe leren werkt, vanuit verschillende theoretische perspectieven.
Stelling 3
Lesgeven is meer een kunst dan het uitvoeren van voorschriften uit effectiviteitsonderzoek.
Stelling 4
Samenwerken in leerteams is pas echt zinvol als de gezamenlijke verantwoordelijkheid ook echt is georganiseerd én als lesgeven wordt gezien als het begeleiden van het leren van elk kind in plaats van het geven van lessen aan groepen.
Samenwerken als vakmensen
Ook stelden we vragen over de rol van de leraar. Moet de leraar altijd het middelpunt zijn? Of is de leraar onderdeel van een team waarbij de hele school om de klas heen beweegt? Dit is een belangrijk onderwerp voor onze Professionele Leergemeenschappen.
Uit de discussie bleek dat samenwerken in een team pas echt goed werkt als het niet vrijblijvend is. We moeten ons samen verantwoordelijk voelen voor het leren van elk kind. In een school, maar ook in de bredere organisatie van Flores Onderwijs.
Elkaars hulp nodig
Het is lastig om in je eentje te ontdekken waarom een leerling iets niet begrijpt of welke kennis er nog ontbreekt. We hebben elkaars kennis en ervaring hard nodig om tot nieuwe, creatieve oplossingen te komen. Oplossingen voor een toekomst van inclusief onderwijs in een arbeidsmarkt die steeds meer onder spanning komt. En om als organisatie met lef, meer flexibel, dynamisch en weerbaar te worden. En dat in een wereld die constant in verandering is.
Input voor een nieuw strategisch beleid: Elk kind telt!
De tweedaagse werd afgesloten door Klaas die namens het Bestuur aangaf wat de richting is voor de komende tijd en hoe we concreet verder gaan.
Alle input van deze twee dagen, in de vorm van geschetste scenario’s, canvassen op schoolniveau, nieuwe ideeën en inspiratie, wordt nu verwerkt in een samenvatting. Dit vormt de basis voor ons volgende directeurenoverleg en uiteindelijk voor het nieuwe strategisch beleid. De weg naar 2035 leggen we niet alleen af, maar samen als Flores.
Klaas sprak ook de verwachting uit dat de samenwerking met Delta ons gesprek hierover zal versterken omdat de Delta-scholen met eenzelfde inzet en passie met het onderwijs bezig zijn.
Hij breidde het eerder beschreven doel van onderwijs uit met de woorden ‘potentie’ en ‘kwaliteiten’ omdat het woord talent veel discussie had opgeleverd de afgelopen jaren.
Cruciaal voor de verdere ontwikkeling is het werken en leren in ontwikkel- en leerteams, waar we blijvend in gesprek zijn over hoe we kinderen het beste laten leren. Het structureel organiseren van onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is dan van groot belang.
Maar wat betekent dit nu voor hoe we ‘lesgeven en leren’ organiseren?
Nadenken over het anders organiseren van ons onderwijs, als we in de toekomst met minder mensen meer moeten doen, is nu relevant.
En bij méér inclusie is de focus op het eigen ontwikkelingsperspectief en de brede ontwikkeling van elk kind essentieel.
Bij die vraag is het zinvol om dit vanuit verschillende theoretische en pedagogisch-didactische benaderingen te doordenken en leerprocessen door middel van backward design te ontwerpen.
Dit is de puzzel die we de komende tijd samen zullen leggen!